De naam "oerknal" suggereert ten onrechte een explosie in de ruimte. Het model beschrijft eigenlijk het uitdijen van de ruimte zelf: het heelal begon in een extreem hete, dichte toestand en koelt sindsdien af terwijl het groter wordt.
De drie sterkste bewijsstukken zijn (1) de wet van Hubble — sterrenstelsels bewegen van ons weg met snelheden evenredig aan hun afstand; (2) de kosmische achtergrondstraling — een gelijkmatige microgolfstraling die het naverlichte vuur van de oerknal is; en (3) de waargenomen elementverhoudingen — vooral van waterstof, helium en lithium — die exact passen bij modelvoorspellingen.
De term "Big Bang" werd in 1949 — spottend — verzonnen door Fred Hoyle. Hij geloofde zelf in een statische heelaltheorie.