De gemiddelde snelheid volgt uit v = Δs / Δt, met afstand s in meter en tijd t in seconden. De SI-eenheid is meter per seconde (m/s); in het verkeer wordt vaak kilometer per uur (km/h) gebruikt — 1 m/s = 3,6 km/h.
In de natuurkunde maakt men onderscheid tussen snelheid (Engelse speed, scalar — alleen grootte) en snelheidsvector (Engelse velocity — grootte plus richting). Een auto die op een rotonde met constante 50 km/h rijdt, heeft een constante speed maar een voortdurend veranderende velocity — en versnelt dus, ondanks de gelijke snelheidsmeter.
Volgens Einsteins speciale relativiteitstheorie is geen enkele snelheid hoger dan die van het licht in vacuüm: c ≈ 299 792 458 m/s.
In welke discipline?
Mechanica, onderdeel van de natuurkunde.