Vermogen is de snelheid waarmee arbeid wordt verricht of energie wordt overgedragen. Wiskundig: 1 W = 1 J/s. De eenheid is vernoemd naar de Schotse ingenieur James Watt (1736–1819), die de stoommachine verbeterde.
Voorbeelden van alledaagse vermogens: een ledlamp ongeveer 10 W, een laptop bij volle belasting 60–100 W, een waterkoker 2000 W, een elektrische auto-snellader 50 000 W (50 kW). Een wielrenner levert gemiddeld 250–400 W, een topprofessional kortstondig boven de 1500 W.
Voor grote vermogens gebruikt men kilowatt (kW, 10³ W), megawatt (MW, 10⁶ W) en gigawatt (GW, 10⁹ W). Een kerncentrale levert orde van grootte 1 GW.
In welke discipline?
Natuurkunde, mechanica en thermodynamica.