Hoe sneller de deeltjes in een stof bewegen of trillen, hoe hoger de temperatuur. De SI-eenheid is de kelvin (K). Andere veelgebruikte schalen zijn Celsius (°C) en Fahrenheit (°F). De omzetting: T(°C) = T(K) − 273,15, en T(°F) = T(°C) × 9/5 + 32.
Het laagste punt op de Kelvin-schaal heet het absolute nulpunt (0 K = −273,15 °C). Daar staat alle deeltjesbeweging zo dicht bij stilstand als de kwantummechanica toelaat. Water bevriest bij 273,15 K (0 °C) en kookt bij 373,15 K (100 °C) onder standaardatmosfeerdruk.
Temperatuur is een macroscopische grootheid: ze heeft alleen betekenis voor een groot aantal deeltjes samen. Eén enkel deeltje heeft geen temperatuur, alleen een snelheid.
In welke discipline?
Thermodynamica, onderdeel van de natuurkunde.