Aardwetenschappen · Subgebied

Geologie — gesteenten, mineralen en aardgeschiedenis

Geologie is de wetenschap van de vaste Aarde. Ze bestudeert gesteenten, mineralen, fossielen en de processen die de planeet 4,5 miljard jaar lang hebben gevormd — van vulkanen en aardbevingen tot bergvorming en erosie.

De Aarde bestaat uit vier hoofdlagen: de dunne korst (5–70 km dik), de hete plastische mantel, een vloeibare ijzeren buitenkern en een vaste ijzeren binnenkern. De totale straal is ongeveer 6371 km. Aan het oppervlak vinden processen plaats die langzaam maar voortdurend doorgaan: platen bewegen, vulkanen barsten uit, rivieren snijden valleien uit en gesteenten verweren tot zand en klei.

Drie hoofdklassen gesteenten

Een gesteente bestaat uit één of meer mineralen — kristallijne anorganische stoffen met een vaste chemische samenstelling.

Geologische tijdschaal

Geologen verdelen de geschiedenis van de Aarde in eonen, era's, perioden en tijdperken. De huidige periode is het Holoceen, dat 11 700 jaar geleden begon. Daarvoor, in het Pleistoceen, kwamen ijstijden voor. Dinosauriërs leefden in het Mesozoïcum (252–66 miljoen jaar geleden). De oudste fossielen van leven gaan terug tot zo'n 3,5 miljard jaar.

Geologisch onderzoek

Geologen gebruiken kaarten, boringen, seismische metingen, satellietbeelden en — voor datering — radioactief verval van isotopen. Hun kennis is essentieel voor mijnbouw, oliewinning, drinkwater, civiele techniek (funderingen, tunnels) en het inschatten van geologische risico's.

Gerelateerde begrippen