Wanneer een neutraal atoom een of meer elektronen verliest, blijft een positief geladen deeltje achter — een kation. Voorbeeld: Na → Na⁺. Wanneer een atoom juist elektronen opneemt, ontstaat een negatief geladen deeltje — een anion. Voorbeeld: Cl + e⁻ → Cl⁻.
Ionen spelen een hoofdrol in vele scheikundige en biologische processen. Tafelzout (NaCl) bestaat uit Na⁺- en Cl⁻-ionen die elkaar elektrostatisch aantrekken in een kristalrooster. In waterige oplossing vallen ze uiteen — dat verklaart waarom zout water elektrische stroom geleidt. In cellen rijden Na⁺-, K⁺-, Ca²⁺- en Cl⁻-ionen actief door membranen om zenuwprikkels en spiercontractie mogelijk te maken.
In welke discipline?
Scheikunde, natuurkunde en celbiologie.