Het zonnestelsel — Zon, planeten en manen
Het zonnestelsel bestaat uit de Zon en alles wat in haar zwaartekrachtsbereik om haar heen beweegt: acht planeten, vele tientallen manen, dwergplaneten, asteroïden en kometen. Het ontstond ongeveer 4,6 miljard jaar geleden uit een ineenstortende gaswolk.
In het centrum staat de Zon, een gele dwergster met ongeveer 99,86 % van de totale massa van het zonnestelsel. Haar zwaartekracht houdt alle andere lichamen in hun baan. De banen zijn ellipsen — een ontdekking van Johannes Kepler in 1609 — die door Newtons wet van de universele zwaartekracht (1687) wiskundig verklaard werden.
De acht planeten
| Planeet | Afstand tot Zon | Omloopstijd | Type |
|---|---|---|---|
| Mercurius | 0,39 AE | 88 dagen | Rotsplaneet |
| Venus | 0,72 AE | 225 dagen | Rotsplaneet |
| Aarde | 1,00 AE (≈ 150 mln km) | 365,25 dagen | Rotsplaneet |
| Mars | 1,52 AE | 1,9 jaar | Rotsplaneet |
| Jupiter | 5,2 AE | 11,9 jaar | Gasreus |
| Saturnus | 9,6 AE | 29,5 jaar | Gasreus |
| Uranus | 19,2 AE | 84 jaar | IJsreus |
| Neptunus | 30,1 AE | 165 jaar | IJsreus |
Eén astronomische eenheid (AE) is de gemiddelde Aarde-Zonafstand: 149,6 miljoen km. Pluto is sinds 2006 ingedeeld als dwergplaneet, samen met Ceres, Eris, Makemake en Haumea.
Andere bewoners
- De asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter bevat miljoenen rotsachtige objecten.
- De Kuipergordel voorbij Neptunus bevat ijzige objecten, waaronder Pluto.
- De Oortwolk aan de buitenrand is de bron van langlevende kometen.
- Manen — meer dan 200 in totaal. De grootste, Ganymedes (Jupiter) en Titan (Saturnus, ontdekt door Huygens in 1655), zijn groter dan Mercurius.