Meteorologie — de natuurkunde van het weer
Meteorologie is de wetenschap die de atmosfeer en het weer bestudeert. Ze beschrijft hoe lucht beweegt, hoe wolken en neerslag ontstaan, hoe drukgebieden en fronten werken — en hoe daaruit een betrouwbare weersverwachting volgt.
De aardatmosfeer bestaat voornamelijk uit stikstof (78 %), zuurstof (21 %) en argon (≈ 1 %), met kleine hoeveelheden waterdamp, koolstofdioxide en andere gassen. Ze is opgedeeld in vier hoofdlagen: troposfeer (waar het weer plaatsvindt, 0–12 km), stratosfeer (met ozonlaag), mesosfeer en thermosfeer.
Belangrijkste begrippen
- Druk en wind — wind ontstaat doordat lucht van hogedrukgebied naar lagedrukgebied stroomt. Het corioliseffect buigt de stroming af.
- Frontensystemen — grensvlakken tussen koude en warme luchtmassa's. Een koudfront brengt vaak hevige buien, een warmfront aanhoudende regen.
- Wolken — gevormd door condensatie van waterdamp. Tien hoofdtypen, ingedeeld op hoogte.
- Neerslag — regen, sneeuw, hagel, motregen. Verschillen ontstaan door temperatuur en wolkstructuur.
Weersvoorspelling
Moderne weersverwachtingen gebruiken numerieke modellen die de atmosfeer in kleine gridcellen verdelen en de bewegingsvergelijkingen oplossen. Satellieten, weerballonnen, weerstations en radars leveren de meetgegevens. Een 5-daagse voorspelling is vandaag even nauwkeurig als een 1-daagse in de jaren 1980.
Meteorologie vs klimaat
Meteorologie gaat over weer — de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment. Klimaat gaat over het gemiddelde weer over decennia. Eén warme dag is weer; een reeks decennia met stijgende temperaturen is klimaat.