De Zon stuurt vooral zichtbaar licht naar de Aarde, dat het oppervlak verwarmt. Het opgewarmde aardoppervlak straalt vervolgens warmte terug als infraroodstraling. Broeikasgassen — waterdamp, koolstofdioxide (CO₂), methaan, lachgas, ozon — absorberen een deel van die infraroodstraling en stralen ze weer in alle richtingen uit, ook terug naar de Aarde. Daardoor blijft meer warmte vastgehouden dan zonder die gassen het geval zou zijn.
Het natuurlijke broeikaseffect houdt de gemiddelde temperatuur op Aarde rond +15 °C. Zonder zou het rond −18 °C zijn. De menselijke uitstoot van vooral CO₂ versterkt het effect: dat is de oorzaak van de huidige klimaatverandering.
De Zweed Svante Arrhenius berekende al in 1896 dat een verdubbeling van het CO₂-gehalte de wereldtemperatuur enkele graden zou laten stijgen — een schatting die opmerkelijk dicht bij moderne klimaatmodellen ligt.
In welke discipline?
Klimaatwetenschap en meteorologie.