Op het noordelijk halfrond buigen vrij bewegende objecten — wind, oceaanstromen, langeafstandsraketten — naar rechts af; op het zuidelijk halfrond naar links. Op de evenaar is het effect nul. De afbuiging is niet veroorzaakt door een echte kracht: ze ontstaat doordat de waarnemer meedraait met de Aarde maar het object niet (of in mindere mate) doet.
Het effect verklaart de draaiing van hoge- en lagedrukgebieden in de atmosfeer (anticyclonen en cyclonen), de patronen van wereldwijde windsystemen zoals de passaten, en de richting van grote oceaanstromen. Voor kleine schalen — water in een wasbak of toilet — is het effect verwaarloosbaar; de richting daar wordt bepaald door de vorm van de afvoer.
De Fransman Gaspard-Gustave de Coriolis beschreef het effect in 1835 in een artikel over draaiende mechanismen.
In welke discipline?
Meteorologie en oceanografie; oorspronkelijk uit de mechanica.