Pijlerartikel · Thermodynamica

De hoofdwetten van de thermodynamica — alle vier uitgelegd

De thermodynamica kent vier hoofdwetten, genummerd van nul tot en met drie. Samen beschrijven ze wat temperatuur is (nulde wet), dat energie behouden blijft (eerste wet), dat de entropie van een geïsoleerd systeem nooit afneemt (tweede wet) en dat het absolute nulpunt onbereikbaar is (derde wet).

De vier wetten in één tabel

Overzicht van de hoofdwetten van de thermodynamica
WetKern in één zinFormule of gevolg
Nulde hoofdwetTwee systemen die elk in thermisch evenwicht zijn met een derde, zijn ook met elkaar in evenwicht.Definieert temperatuur; maakt de thermometer mogelijk.
Eerste hoofdwetEnergie kan niet ontstaan of verdwijnen, alleen van vorm veranderen.ΔU = Q − W
Tweede hoofdwetDe totale entropie van een geïsoleerd systeem neemt nooit af.ΔS ≥ 0; warmte stroomt van warm naar koud.
Derde hoofdwetBij het absolute nulpunt nadert de entropie van een perfect kristal nul.S → 0 als T → 0 K; 0 K is onbereikbaar.

Hoofdwetten heten zo omdat ze niet uit iets anders worden afgeleid: het zijn ervaringsfeiten die in honderdvijftig jaar experimenteren nog nooit zijn weerlegd. Alle overige thermodynamica — van de werking van een koelkast tot het afkoelen van het heelal — volgt uit deze vier uitgangspunten.

De nulde hoofdwet — thermisch evenwicht

Leg een warme en een koude blok metaal tegen elkaar en na verloop van tijd hebben ze dezelfde temperatuur: ze zijn in thermisch evenwicht. De nulde hoofdwet stelt dat dit evenwicht overdraagbaar is. Als A in evenwicht is met C, en B in evenwicht is met C, dan zijn A en B ook onderling in evenwicht.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is precies wat een thermometer nodig heeft. De thermometer is 'systeem C': hij komt in evenwicht met je lichaam, en de aflezing zegt daarmee iets over elk ander systeem met dezelfde stand. Zonder de nulde hoofdwet zou temperatuur geen eenduidige grootheid zijn.

De eerste hoofdwet — behoud van energie

ΔU = Q − W
ΔU
verandering van de interne energie van het systeem, in joule (J)
Q
aan het systeem toegevoegde warmte (J)
W
door het systeem verrichte arbeid (J)

Energie kan niet ontstaan of verdwijnen — alleen van vorm veranderen of worden uitgewisseld met de omgeving, als warmte of als arbeid. Een gas dat je verwarmt, kan die energie opslaan (hogere interne energie, dus hogere temperatuur) of gebruiken om een zuiger weg te duwen (arbeid). De boekhouding klopt altijd. Een machine die meer energie levert dan erin gaat — een perpetuum mobile van de eerste soort — is daarom onmogelijk. Lees de uitgebreide uitleg bij de eerste hoofdwet.

De tweede hoofdwet — entropie neemt nooit af

ΔS ≥ 0
ΔS
verandering van de totale entropie van een geïsoleerd systeem, in joule per kelvin (J/K)

De eerste hoofdwet zegt hoeveel energie er is; de tweede zegt welke kant processen op gaan. Warmte stroomt vanzelf van warm naar koud, nooit andersom. Een kop koffie wordt koud, een kamer wordt rommelig, een geluidsgolf sterft uit. In al die gevallen neemt de entropie — een maat voor wanorde, of preciezer: voor het aantal manieren waarop de energie verdeeld kan zijn — toe.

De tweede hoofdwet kent twee klassieke formuleringen die op hetzelfde neerkomen:

  • Clausius: warmte stroomt niet vanzelf van een koud naar een warm lichaam. Een koelkast kan dat wel, maar alleen door er arbeid (stroom) in te stoppen.
  • Kelvin-Planck: geen enkele machine kan warmte uit één bron volledig in arbeid omzetten. Een deel gaat altijd als restwarmte naar een koudere omgeving.

Uit de tweede formulering volgt een harde grens voor het rendement van elke warmtemachine. Het maximale (Carnot-)rendement is η = 1 − Tkoud/Twarm, met beide temperaturen in kelvin. Een centrale die stoom van 800 K gebruikt en koelt met water van 300 K haalt dus hooguit 1 − 300/800 ≈ 62%, hoe goed de techniek ook is. Meer over de gevolgen van deze wet lees je bij wat is entropie?.

De derde hoofdwet — het absolute nulpunt

Naarmate de temperatuur het absolute nulpunt (0 K, −273,15 °C) nadert, nadert de entropie van een perfect kristal een constante minimumwaarde — in de praktijk nul. Bij 0 K zit elk deeltje in zijn laagst mogelijke energietoestand en is er nog maar één manier om de energie te verdelen.

Een belangrijk gevolg: het absolute nulpunt is onbereikbaar. Elke koelstap haalt een steeds kleiner beetje warmte weg, zodat je met eindig veel stappen nooit precies op 0 K uitkomt. Laboratoria komen tegenwoordig tot enkele miljardsten van een kelvin — indrukwekkend dichtbij, maar nooit erop. De Nederlandse natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes ontdekte bij zulke lage temperaturen de supergeleiding.

De hoofdwetten in het dagelijks leven

  • Koortsthermometer (nulde wet). De thermometer komt in evenwicht met je lichaam; daarom mag je de aflezing als jouw temperatuur beschouwen.
  • Fietspomp die warm wordt (eerste wet). Jij verricht arbeid op de lucht; die energie verschijnt als hogere interne energie en dus als warmte.
  • Koelkast (tweede wet). Warmte gaat van koud (binnen) naar warm (keuken) — maar alleen omdat de compressor er elektrische energie in stopt. Achter de kast komt méér warmte vrij dan er binnen wordt weggehaald.
  • Automotor (tweede wet). Zelfs een perfecte motor kan niet alle warmte van de verbranding in beweging omzetten; een groot deel verdwijnt via uitlaat en radiator.
  • Vloeibaar helium (derde wet). Om de laagste temperaturen te bereiken, zijn steeds ingewikkeldere koelstappen nodig — precies wat de derde hoofdwet voorspelt.

Veelgemaakte misverstanden

  • "De tweede hoofdwet verbiedt orde." Nee. Plaatselijk kan de entropie dalen (een ijsblokje vormt zich, een plant groeit), zolang de entropie van systeem én omgeving samen maar toeneemt.
  • "Energie raakt op." Volgens de eerste hoofdwet raakt energie nooit op; volgens de tweede wordt ze wel steeds minder bruikbaar. Wat we 'energieverbruik' noemen, is omzetting naar laagwaardige warmte.
  • "Er zijn drie hoofdwetten." In veel schoolboeken komen alleen de eerste en tweede aan bod, maar de volledige set telt er vier: nul tot en met drie.

Verwante begrippen

Veelgestelde vragen

Hoeveel hoofdwetten van de thermodynamica zijn er?

Vier: de nulde (thermisch evenwicht en temperatuur), de eerste (behoud van energie), de tweede (entropie neemt nooit af) en de derde (het absolute nulpunt is onbereikbaar).

Wat zegt de tweede hoofdwet van de thermodynamica?

De totale entropie van een geïsoleerd systeem neemt nooit af: ΔS ≥ 0. Daardoor stroomt warmte vanzelf van warm naar koud en kan geen enkele machine warmte volledig in arbeid omzetten.

Waarom heet de eerste wet de nulde hoofdwet?

De eerste, tweede en derde hoofdwet waren al benoemd toen men besefte dat een nog fundamentelere wet — over thermisch evenwicht — eraan vooraf moest gaan. Omdat hernummeren verwarring zou geven, kreeg die wet het nummer nul.

Wat is de formule van de eerste hoofdwet?

ΔU = Q − W: de verandering van de interne energie is gelijk aan de toegevoegde warmte min de door het systeem verrichte arbeid. Let op: sommige boeken schrijven ΔU = Q + W met een andere tekenafspraak voor W.

Kun je het absolute nulpunt bereiken?

Nee. Volgens de derde hoofdwet kun je 0 K wel steeds dichter naderen, maar nooit met een eindig aantal stappen bereiken. Het record ligt op enkele miljardsten van een kelvin.

Verder lezen