Drie rollen in een ecosysteem
- Producenten — maken eigen voedsel via fotosynthese. Bijna alle planten en algen.
- Consumenten — eten andere organismen. Onderverdeeld in herbivoren (planteneters), carnivoren (vleeseters) en omnivoren (alles).
- Reducenten — schimmels en bacteriën die dood materiaal afbreken tot anorganische stoffen. Zonder reducenten zou de voedingsstoffenkringloop stilvallen.
Voedselketen
Een voorbeeld uit een Nederlands weiland:
gras → konijn → vos → bacteriën
Elk pijltje stelt de richting van energie- en stofoverdracht voor. Het gras is producent; konijn en vos zijn consumenten; bacteriën zijn reducenten. In werkelijkheid worden konijnen niet alleen door vossen gegeten — vandaar het voedselweb.
Voedselweb
Een voedselweb verbindt meerdere ketens. Eén konijn kan ook door een uil of een hond worden gepakt; één vos eet ook muizen en bessen. Dat netwerk is robuuster: als één soort verdwijnt, kunnen andere de rol overnemen.
Trofische niveaus
| Niveau | Type | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 1 | Producent | Gras, plankton, alg |
| 2 | Primaire consument (herbivoor) | Konijn, koe, krill |
| 3 | Secundaire consument (carnivoor) | Vos, snoek, makreel |
| 4 | Toppredator | Adelaar, walvis, mens |
Energiepiramide
Bij elke stap omhoog in trofisch niveau gaat ongeveer 90 % van de energie verloren als warmte (een direct gevolg van de tweede hoofdwet van de thermodynamica — zie entropie). Slechts 10 % van de energie blijft in de volgende laag. Daarom zijn toppredatoren altijd zeldzamer dan herbivoren, en herbivoren zeldzamer dan planten. Tien kilo gras voedt één kilo konijn voedt 100 gram vos.
Stofkringloop
Anders dan energie, die continu vanuit de Zon moet worden aangevuld, draaien stoffen (koolstof, stikstof, water) in een cyclus rond. Reducenten breken dode organismen af tot CO₂, water en mineralen, die opnieuw door planten worden opgenomen. Zo wordt elke koolstofatoom in jouw lichaam ooit elders gerecycled.